Zoeken in deze blog

zondag 12 april 2026

2026 12 april....Aan de Eerwaarde Swami Raghawanand

 

AUTOBIOGRAFISCHE BRIEF VAN MIJ

Met diepe śraddhā (eerbiedige toewijding) en oprechte waardering richt ik mij tot u.

Ik schrijf u niet om een oordeel te vellen over een ontstane situatie, maar om mijn ervaring en gevoel te delen die zich in uw mandir heeft ontvouwd en die mij, als oudere sādhaka, innerlijk heeft geraakt.

Ik doe dit omdat ik in u iemand herken die werkelijk leeft vanuit innerlijke discipline, eenvoud en waarheid — een zeldzame kwaliteit die ik respecteer. Daarom verdient u ook een open en eerlijke terugkoppeling van wat ik heb gevoeld en wat mij raakte.

Een ontmoeting die mij stil maakte

Na een dienst in de mandir waaar ik aanwezig was op de Kwattaweg kwam de voor u bekende Haagse mevrouw naar mij toe. Ik kende haar niet (nu nog steeds niet), maar haar energie was zacht en zoekend. Later hoorde ik dat zij ooit een bhaktā (toegewijde) was geweest van Devpriyavani. In haar ogen zag ik een mengeling van pijn, teleurstelling en een verlangen om gezien te worden — iets wat ik in mijn werk vaak herken.

4 weken later hoorde ik van Devpriyavani dat deze vrouw tijdens de dienst een dag voor mijn vertrek naar Nederland een banaan, het prasāda van Hanuman, had geweigerd aan te nemen toen Devpriyavani het aan deze Haagse mevrouw wilde geven toen zij naast U zat.

Wat mij raakte toen Devpriyavani over deze situatie in uw mandir tegen mij vertelde op één van de laatste dagen van mijn verblijf in Suriname was niet de weigering zelf van de Haagse mevrouw, maar de interpretatie ervan. Het werd benoemd als het weigeren van het prasāda, terwijl ik voelde dat de vrouw niet Hanuman weigerde, maar de vyakti (persoon) van wie zij het moest aannemen. Voor mij was dit geen spirituele afwijzing, maar een menselijke pijn die nog niet was aangeraakt.

Het gemiste moment van verbinding

Wat mij innerlijk verraste, was dat er geen uitnodiging tot gesprek was en werd gedaan. Geen moment van: “Laten we eerst elkaar ontmoeten, en daarna geef ik je de banaan opnieuw.”

Zo’n kleine beweging had een brug kunnen slaan. Had de vrouw kunnen helpen om het prasāda wél te ontvangen. Had misschien zelfs heling kunnen brengen.

In plaats daarvan werd de verantwoordelijkheid bij de vrouw gelegd.En daarmee werd de deur naar verbinding gesloten.Ik zeg dit niet als kritiek, maar als observatie van een subtiel energetisch proces dat ik vaak zie in spirituele omgevingen: wanneer een ROL groter wordt dan het hart dat haar draagt.

Waarom dit mij raakte

Ik ben intussen een oudere vrouw. Mijn pad was lang, maar nu hoop ik zacht en helder geworden. Ik heb geleerd dat spiritualiteit niet zit in uiterlijke vorm, maar in de bereidheid om werkelijk aanwezig te zijn bij de mens die voor je staat.

Ik heb in mijn leven veel spirituele misvorming gezien: mensen die een rol aannemen die groter is dan hun innerlijke rijpheid, mensen die meditatie gebruiken als bescherming, mensen die hiërarchie inzetten om kwetsbaarheid te vermijden.

Daarom raakte deze situatie mij niet persoonlijk, maar energetisch. Het liet mij zien hoe snel een spirituele identiteit de menselijkheid kan overschaduwen.

Een zin die alles samenvatte: Vandaag hoorde ik een hoog opgeleide theoloog in een interview op de televisie zeggen:

“Iedere ontmoeting is een risico.”

Die zin trof mij diep. Want dat is precies wat ik zag gebeuren.

Voor iemand zoals ik die nog steeds met mensen mag werken, betekent risico niet gevaar, maar transformatiepariṇāma:

  • elke ontmoeting kan een oude pijn openen

  • elke ontmoeting kan een rol ontmaskeren

  • elke ontmoeting kan waarheid zichtbaar maken (satya)

  • elke ontmoeting vraagt moed om mens te blijven

In de ontmoeting tussen Devpriyavani en de vrouw uit Den Haag zag ik hoe het risico werd vermeden. In de ontmoeting tussen de vrouw en mij zag ik hoe het risico werd genomen.

Wat deze ervaring mij leerde over mijn eigen pad

Ik hoef niets te veranderen. Ik hoef niemand te corrigeren. Ik hoef geen positie in te nemen.

Deze ervaring bevestigde alleen maar wat mijn werk al decennia draagt:

  • ik werk niet vanuit rol, maar vanuit aanwezigheid (sākṣin-bhāva, het getuige-zijn)

  • ik kijk niet naar gedrag, maar naar de onderstroom

  • ik kies niet voor hiërarchie, maar voor menselijkheid

  • ik geloof dat heling begint bij luisteren, niet bij corrigeren

En misschien is dat waarom de vrouw naar mij toe kwam. Niet omdat ik iets moest doen, maar omdat ik aanwezig was.

Waarom ik dit met u deel

Ik deel dit met u uit respect voor uw mandir en uw rol als spirituele hoeder van deze gemeenschap. Ik zie in u iemand die werkelijk leeft vanuit innerlijke discipline en eenvoud — een ware sannyāsin die zijn leven draagt vanuit antar-mukha (innerlijke gerichtheid). Daarom durf ik dit met u te delen, iets waar ik nu behoefte aan heb... Niet om iemand te bekritiseren, maar omdat ik geloof dat dit soort subtiele momenten belangrijk zijn in een spirituele omgeving.

Voor mij is een mandir en/of gurukula niet alleen een plaats van ritueel, maar ook een plaats van ontmoeting. En elke ontmoeting draagt het risico — en de mogelijkheid — van healing in zich. (Hoog kan wel omlaag, maar laag kan niet omhoog zonder liefdevolle leiding en compassie toch??)

Met eerbied en warme groet, Śrīmatī Kamala-devī dāsī